Burgemeester Petrus Marius Brouwer Burgemeester Petrus Marius Brouwer, geboren op 8 oktober 1819 te Voorburg, komt uit een geslacht van predikanten. Volgens overlevering woonde omstreeks 1640 te Gerkesklooster in de grietenij Kollumerland een liefdepredikant of vermaner der doopsgezinden, die tevens bierbrouwer was. Hij heette Menno of Minno en was volgens beweren een afstammeling in rechte lijn van Menno Simons, de stichter van de secte der mennonieten.

Van de kinderen van Menno of Minno is slechts
bekend Hibbe Minnes, deze zou zijn vader in het beroep van bierbrouwer opgevolgd
zijn en daarom later den naam van Brouwer hebben aangenomen. Hij stierf in 1680
en
liet zes kinderen na, waarvan alleen het vierde Pieter Menno Brouwer (1674)
afstammelingen naliet. Hij werd ontvanger-generaal van de grietenij Rauwerderhem
en ging tot de gereformeerde godsdienst over.
Zijn grootvader, Petrus Marius Brouwer, geb. te Dordrecht 8 Juni 1773 en
overleden in 1847, was predikant te Nederhemert, in de Groote Lindt en
Heer-Oudelands-Ambacht. Een zus van zijn grootvader huwde een predikant, zijn
overgrootvader was theologisch doctor en predikant te Oudkerk en Roodkerk,
Barneveld, Zalbommel en Dordrecht waar hij tevens theologisch professor was,
diens zuster, Johanna Brouwer, was in 1753 getrouwd met Petrus Broes die
verschillende boeken schreef, predikant te Velp en Rozendaal, Nieuw-Loosdrecht,
Vlissingen, Haarlem en Amsterdam. Ook Brouwers betovergrootvader was predikant.
Burgemeester Brouwer, zoon van de arts Petrus
Brouwer (1797-1849), huwde op 12 Maart 1845 met Johanna Geertruid Vorderman.
Het echtpaar kreeg vier kinderen: Marius Petrus Johannes Gerardus (1845-?),
Menno Nicolaas Anne (1846-1907), Willem Dirk Jacob (1847-48) en Agatha
Petronella Brouwer (7 oktober 1849), welke laatste in mei 1869 trouwde,
waarschijnlijk in Parijs. Het is mogelijk dat mw. Brouwer-Vorderman voor 1861
overleed.
In 1866 werd hij benoemd tot burgemeester van Zwijndrecht, welk ambt hij tot
1877 uitoefende. Tijdens zijn periode werd de spoorlijn door Zwijndrecht
gerealiseerd alsmede de spoorbrug tussen Zwijndrecht en Dordrecht waarvoor
diverse gronden moesten worden onteigend.
Brouwers tweede zoon, Menno Nicolaas, had een affaire met de uit Hardinxveld
afkomstige huishoudster, Adriana Oldemans bij wie hij in 1874 een zoontje
verwekte dat de naam kreeg Menno Nicolas Anne. Voor de Zwijndrechters zal het,
als het hier bekend geweest is, een verhaal geweest zijn om van te smullen.
Beiden trouwden overigens met een ander. Toen echter Menno’s vrouw, Johanna
Centina van Epenhuysen, reeds in 1883 overleed, trouwde hij enkele maanden later
alsnog met Adriana. Haar man was een jaar eerder al overleden. Beiden hadden uit
hun eerder huwelijken geen kinderen, samen kregen ze nog acht kinderen.
Burgemeester Brouwer stierf op 20 oktober 1886 in het krankzinnigengesticht van
Deventer, Overijssel, waarschijnlijk ten gevolge van diabetes, want hij verbleef
er slechts enkele dagen. Diabetes kwam ook meer in de familie voor.
Al op jonge leeftijd was Brouwer een begaafd tekenaar / schilder. Er zijn
prachtige werken van hem bekend die hij reeds op 16-jarige leeftijd vervaardigde.
Brouwer volgde schilderlessen bij Andreas Schelfhout, waarschijnlijk in de
periode dat hij in Den Haag woonde, van 1843 tot 1847. Waarschijnlijk is hij
echter nooit werkzaam geweest als professioneel kunstenaar.
In deze jaren exposeerde hij ook enkele malen op de Tentoonstellingen van
Levende Meesters in Den Haag en Amsterdam. In de trant van zijn leermeester
schilderde Brouwer panoramische zomerlandschappen, winterse taferelen, strand-
en bosgezichten. Ook zijn er enkele dierstudies van zijn hand bekend.
Diverse musea hebben werk van hem, waaronder het Rijksmuseum Kröller-Müller in
Otterlo, Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam en het Rijksprentenkabinet in
Amsterdam.
Ook Brouwers tweede zoon, Menno, was een begaafd schilder.
