Clement Bezemer (1910-2002)
Op 22 maart 1910 wordt Clement Bezemer geboren
als tweede zoon in het tuindersgezin van Clement Bezemer en Hester Wilhelmina
Schouten.
Al heel jong tekent hij graag en goed, zodat zijn werk toen al
aan de wanden van de kleuter- en lagere school hing. De meester geeft hem de
bijnaam "Rembrandt".
Geboren in een groot tuindersgezin ging je met je twaalfde
jaar automatisch van de lagere school het tuinland in. Volgens zijn vader was
er geen beter en gezonder vak dan tuinder..
Maar Clement is een beetje een
dromertje. Ook is hij muzikaal. Hij is niet geschikt voor de tuinderij. Klein,
iel, te zacht.
Op zijn 24e koopt hij wat tubes verf en penselen om,
met een schoteltje als palet, op voorbehandeld karton wat te schilderen. Het
was hem aangeboren.
Als hij naar Rotterdam voor zijn muzieklessen ging, vertrok
hij altijd een paar uur vroeger en ging dan de kunstzaken van de stad bekijken
om ervaring op te doen.
Clement krijgt zijn orgellessen van de bekende Rotterdamse
organist Luytenaar Franke.
Regelmatig staat hij naast de heer Vogel of Bakker
Visser, organisten in de Bethelkerk, om te kijken en te luisteren. En ja, die
moesten een kéér stoppen.
In 1942 trouwt
hij met de liefde van zijn leven, Lena Vliegenthart. Zij schenkt hem vier dochters,
allen met artistieke aanleg.
In de oorlog verhuist het jonge gezin naar Veerplein
8a, waar ze boven de winkel van broer Leen Bezemer wonen. Een winkel in groenten,
vruchten, comestibles en wijnen.
Lena Vliegenthart stimuleert hem geweldig
bij de ontwikkeling van zijn kunstzinnige mogelijkheden. Zonder haar had hij
wellicht niet licht durven breken met het tuindersbestaan (in 1946). Zij durfde
het aan, het wisselvallige bestaan van een kunstenaar te delen en dit gaf hem
de kracht met het traditionele bestaan te breken.
In 1944 werd een dochter
van de bekende Dordtse familie Dicke door een knokploeg van het verzet bevrijd
uit de gevangenis achter de Steegoversloot. Als represaille werd het woonhuis
van de overhaast gevluchte familie aan het eind van de Prinsenstraat, met de
prachtige grossierderij, door de Duitsers in vlammen gezet.
Zoon Otto, één
van de intelligente en kunstzinnige kinderen uit dit gezin, was toen al een
bekend kunstenaar. Hij wist de rivier over te steken en klopte op het veerplein
aan bij Clement en Lena en bleef daar tot aan de bevrijding.
Er ontwikkelt
zich een warme vriendschap tussen Clement en Otto, welke duurde tot aan Otto
Dicke´s dood. Beiden waren autodidacten.
Van Otto, de illustrator,
leert Clement het tekenen. Het is ook Otto die hem later introduceert in kunstenaarskringen.
In 1947 wordt hij werkend lid van Pictura
"Talent staat
of valt niet met een opleiding aan de kunstacademie," zei Martin Middelhoek,
vader van Piet. (Beiden zijn kunstenaar.) Hij was enthousiast over een getoond
stilleven tijdens een kennismakingsbezoek. Regelmatig zullen de kunstenaars
bij elkaar over de vloer komen. Een warme vriendschap ontwikkelt zich.
In november 1948 exposeert Clement in zijn woning. In 1952 wederom. Burgemeester
Slobbe opent de tentoonstelling. Reeds dan is te merken dat de kunstwerken weerklank
vinden bij de Zwijndrechtse gemeenschap.
Zijn werk is in stijl verwant aan
dat van schilders uit de Haagse school en de door hem bewonderde Breitner en
Weissenbruch.
Begin 1952 legt hij zich ook toe op boetseerwerk. Hij maakt
ook plaquettes, onder meer voor Broedertrouw, van Leeuwen Buizen en ds. Vonkenberg.
Behalve het schilderen houdt Clement zich ook staande door zich in het reclamevak
te bewegen.
Een mooi voorbeeld is het herdenkingsboek dat Van Leeuwen
Buizen in 1954 uitgeeft ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan. Vormgeving
en illustraties zijn van de kunstenaar. Ook het bekende vignet is een creatie
van zijn hand.
In 1956, stopt hij met zijn zelfstandig bestaan. De hele
dag aan een stuk schilderen wordt hem te zwaar. Hij besluit met het artiestenbestaan
te stoppen en aanvaardt een geregelde werkkring als archivaris bij Van Leeuwen.
Ofschoon ontheven van een zware last, het werk in het archief versmoort langzaam
zijn artistieke ziel.
In 1962 wordt het pand aan het Veerplein verkocht
aan Jan den Arend, vader van Lucien den Arend, en de familie verhuist naar de
Prins Bernhardstraat.
Lucien wordt kunstenaar en onbewust wordt hij
door de schilderstijl van Clement, met wie hij regelmatig contact krijgt, beïnvloedt.
Later legt hij zich meer toe op het beeldhouwen, en mede door de modernere inslag
verwatert het contact wat.
Medio 1970 is Clement een beetje terug op het
oude honk aan het Veerplein: in Gallery Den Arend is hij als het ware na vijftien
jaar "terug van weggeweest" voor de Zwijndrechtse bevolking, die al die tijd
weinig van zijn werk (openbaar) had vernomen.
Dit komt mede doordat hij zijn
werk "via- via" verkoopt. Hij hoefde niet verkoopbaar te schilderen voor een
winkel, waardoor hij zich onafhankelijk voelt.
De tentoonstelling wordt geopend
door Otto Dicke, die in zijn toespraak uitvoering refereert aan het onderduikgebeuren
in hetzelfde pand.
In 1964 overlijdt zijn Lena. Clement gaat door een
diep dal. In 1967 hertrouwt hij. Feike van der Werf wordt zijn vrouw. Zij weet
hem in zijn werken te stimuleren en heeft een zakelijke inslag wat betreft de
verkoop ervan. Mede door haar begint Clement wat "marktgerichter" te schilderen:
bekende Zwijndrechtse onderwerpjes als de Pietermankerk, die gretig aftrek vinden.
Maar soms, als hij helemaal op zijn gemak "voor zichzelf kan schilderen", ontspruiten
er ware juweeltjes aan zijn penseel.
Graag schildert
hij de Dordtse waterkant. In Zwijndrecht bleven weinig historische plekken over.
Daarover kan hij zich boos maken. "Alles is hier tegen de vlakte gegooid door
mensen die niets om Zwijndrecht geven."
In 1995 houdt hij zijn laatste
tentoonstelling, in de Burgerzaal van het raadhuis. In 1999 overlijdt Feike.
In 2002 volgt hij haar.
Wanneer u het boek van Clement Bezemer wilt ontvangen
diat is uitgegeven ter gelegenheid van de expositie, maak dan 29,75 euro (inclusief
verzendkosten) over op gironummer 136481 t.a.v. de Historische Vereniging Zwijndrecht
te Zwijndrecht onder vermelding van "boek Clement Bezemer".
De
Vergulde Swaen