|
Actueel
adresgegevens
mededelingenkrant
persberichten
Het Museum
Het pand
Balieruimte
Exposities
Gelagkamer
Stijlkamer
Bovenzaal
Uitgaven (boeken)
Vrijwilligers
Vrienden van
Winkel
Archeologie
Werkgroep
Opgravingen
De Vergulde Swaen
Herv. kerk Heerjansdam
Pietermankerk
Slagveld
Veerplein
Genealogie Geschiedenis Zwijndrecht
Algemeen
Geschreven geschiedenis bedijking
Wapen en vlag
naam
Bedrijvigheden
Glasfabricage
Guanofabriek
Howard & Co
Jurgens & v/d Berg
Scheepswerf Kooiman
tuinderijen
Veiling
zoutbereiding
Zoutketen
Bijzondere perioden
bezettingsjaren
St. Elisabethsvloed
Doleantie
Bezettingsjaren
Watersnood 1953
Kanaal om Zwijndrecht
Dijkverhoging
Aanleg tunnel
Zwijndrechtse Nieuwlichters
Burgemeesters
Heerlijkheid Meerdervoort
Kasteel Develstein
Klooster Eemstein
Kunst
Anton Verhoeven
Willy Sluiter
Clement Bezemer
Lucien den Arend
Beeldenpark
Beeldenroute
Monumenten
Kijfhoekkerk
Oude kerk
Lindtse kerk
Pietermankerk
Raadhuis
Rotterdamseweg 38
Watertoren
Verdwenen monumenten
Boerderij Kerkstraat
Huis Nederhoven
Huis Walburg
Molens
Raadhuis Veerplein
Stadsgalg
Veerhuis
Verkeer en vervoer
Rijksweg
Spoor
Spoorbrug
RTM
Veer
Voormalige gemeenten
Meerdervoort
Heer Oudelands Ambacht
Kijfhoek
Groote Lindt
Kleine Lindt
Heerjansdam
Historische Vereniging
Lidmaatschap
Interesseavonden
Periodiek
Schenkingen
Uitgaven (boeken) (zelfde als bij Museum) Fotoarchief
Collectie Van Dam
Overige
| |
Oude Kerk
Bij het Friese plaatsje Warns bevindt zich sinds 1945 een monument in de vorm van een grote zwerfkei. Op de kei staan de woorden: "1345 leaver dea as slaef" (liever dood dan slaaf). Deze kei is een herinnering aan de slag bij Warns. Graaf Willem IV, graaf van Holland en Zeeland, wilde door deze slag de weerbarstige Friezen aan zich onderwerpen. Dit mislukte echter en Willem IV sneuvelde. Zijn zuster Margarethe volgde hem op besloot ter zijner gedachtenis de kapel te stichten die Willem had voorgenomen op te richten. <Margaretha van Henegouwen, (ca. 1300-1356), oudste dochter van Willem III van Holland; gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen vanaf 1345; huwde in 1324 met Lodewijk de Beier, keizer van het Heilige Roomse Rijk; werd in 1354 gedwongen tot afstand van Holland en zeeland ten behoeve van haar zoon Willem V, na een hevige strijd die uitliep op de zogenaamde Hoekse en Kabeljauwse twisten.>
Keizerin Margarethe schreef op 6 juni 1346 een brief, die nog bestaat, en waarin zij meedeelde "eene Capeltie te funderen ende te doteren, in den name des goeden Sinte Jorys ende te setten in onsen lande van Zwyndrecht teghens Dordrecht ouer bi den vere". Deze akte betekende het begin van de kerk in Zwijndrecht. De Regt vermeldt in zijn boek "De Zwijndrechtse waard" dat keizerin Margarethe door het vestigen van de kapel een belofte vervulde die haar broer gedaan had tijdens een reis naar het Beloofde Land. Dankzij de klerk van Willem, Yseboude van Asperen, is deze belofte overgebracht. Deze Yseboude van Asperen werd tevens de eerste priester van het kerkje.
Onbekend is overigens of de grafelijke gelofte de kerk deed ontstaan, of dat er sprake was van een reeds bestaande kerk waaraan een kapel werd toegevoegd. Of dat wellicht een oudere kerk werd vervangen door een nieuwe.
Waarom Zwijndrecht? Wellicht zien we hierin de hand van Willem van Duvenvoorde? (zie Geschiedenis Zwijndrecht/kasteel
Develstein/Het slot en zijn verwoesting)
Of is het een postuum eerbetoon aan de vader van Willem IV en Margarethe, graaf Willem de derde, de bedijker van de Zwijndrechtse Waard?
Even leek het er op dat het kerkje geen lang leven beschoren zou zijn. Een oud document vertelt hoe in 1362 door "den groeten storme omtrent Sinte Agnietendach" de grafelijke kapel in Zwijndrecht "overeynde woeye". Ook al die eeuwen die daarna kwamen en gingen, zijn niet ongemerkt aan het kerkje voorbijgegaan. Maar het staat er nog steeds als een versteende getuige van die strijdlustige graaf en zijn devote gelofte.
De kerk is waarschijnlijk begonnen als een simpele rechthoekige kapel. Toen het gebouw te klein werd heeft men het waarschijnlijk in 1658 flink uitgebreid met een soort dubbel koor aan de noordzijde. De kerk is voor het laatst uitgebreid in 1877. Bij deze uitbreiding werd de oostgevel van de oude kapel afgebroken. Naast de beide koren werd toen een nieuwe vleugel gebouwd, waardoor de tegenwoordige kerkzaal ontstond.
Fraai was deze verbouwing/restauratie niet te noemen. De gevels werden met cement afgesmeerd en de gevelvlakken werden versierd met een imitatie van natuursteen. Ook werd een portaal toegevoegd in neogotische stijl. Deze is bij de restauratie in 1965 ontdaan van zijn contrasterende pinakels, en is in 1992 helemaal verdwenen.
In 1927 werd het hele pand goed in de verf gezet, werden koorhek en kansel opgeknapt en glas-in-loodramen gekocht.
Bij de restauratie in 1965 is veel van het originele interieur vernietigd: zo verdwenen de keetmeestersbanken, werd het koorhek verplaatst en zijn de oude graven geruimd voor de vloerverwarming. De grafstenen zijn teruggelegd. (Aangaande de Keetmeestersbanken: in de 17e eeuw waren in de kerk drie koperen lichtkronen waarvan de grootste afkomstig was van de Zoutkeetheren, die voor dit geschenk de vergunning kregen tot het oprichten van een vrije bank in de kerk.)
In 1992 vond het laatste grootonderhoud plaats.
Het interieur kent verder een houten tien-geboden-bord en een memoriebord uit 1630. Het orgel dateert uit 1884 en is alom bekend om de bijzondere klanken.
Avondmaalstel
In 1837 ontving de kerkeraad een legaat van Vrouwe Johanna Pompe van Meerdervoort en Zwijndrecht, geb. Onderwater, om al het zilver te bekostigen dat nodig zou zijn voor het maken van en Heilig-Avondmaal-stel. Het geschenk bestond (en bestaat) uit twee zilveren kannen, vier zilveren bekers, één zilveren schotel, twee zilveren borden, en één zilveren doopbekken.; op ieder stuk is de naam van de vrouwe gegraveerd alsmede de datum van het legaat. Darnaast legateerde zij een geldbedrag van duizend gulden.
In 1866 bood de heer A. Stoop, burgemeester van Zwijndrecht van 1836 - 1866, bij zijn vertrek uit de gemeente het kerkbestuur twee bijpassende zilveren offervazen aan.
Op een afbeelding van Jacobus Stellingwerf uit 1656 prijkt de kerk met een volwaardige toren in plaats van het ons bekende daktorentje. Feit of fictie? Een gedgeen archiefonderzoek en/of archeologisch onderzoek ter plaatse kan hierover uitsluitsel geven. Van dezelfde tekenaar is ook een prent van de kerk van Heer Oudelands Ambacht bekend uit 1667 en ook deze kerk zien we afgebeeld met een toren… Inderdaad zijn bij de restauratie in 1986 door de Historische Vereniging fundamenten gevonden. Deze zijn na ontdekking weer met aarde bedekt.
|