|
Actueel
adresgegevens
mededelingenkrant
persberichten
Het Museum
Het pand
Balieruimte
Exposities
Gelagkamer
Stijlkamer
Bovenzaal
Uitgaven (boeken)
Vrijwilligers
Vrienden van
Winkel
Archeologie
Werkgroep
Opgravingen
De Vergulde Swaen
Herv. kerk Heerjansdam
Pietermankerk
Slagveld
Veerplein
Genealogie Geschiedenis Zwijndrecht
Algemeen
Geschreven geschiedenis bedijking
Wapen en vlag
naam
Bedrijvigheden
Glasfabricage
Guanofabriek
Howard & Co
Jurgens & v/d Berg
Scheepswerf Kooiman
tuinderijen
Veiling
zoutbereiding
Zoutketen
Bijzondere perioden
bezettingsjaren
St. Elisabethsvloed
Doleantie
Bezettingsjaren
Watersnood 1953
Kanaal om Zwijndrecht
Dijkverhoging
Aanleg tunnel
Zwijndrechtse Nieuwlichters
Burgemeesters
Heerlijkheid Meerdervoort
Kasteel Develstein
Klooster Eemstein
Kunst
Anton Verhoeven
Willy Sluiter
Clement Bezemer
Lucien den Arend
Beeldenpark
Beeldenroute
Monumenten
Kijfhoekkerk
Oude kerk
Lindtse kerk
Pietermankerk
Raadhuis
Rotterdamseweg 38
Watertoren
Verdwenen monumenten
Boerderij Kerkstraat
Huis Nederhoven
Huis Walburg
Molens
Raadhuis Veerplein
Stadsgalg
Veerhuis
Verkeer en vervoer
Rijksweg
Spoor
Spoorbrug
RTM
Veer
Voormalige gemeenten
Meerdervoort
Heer Oudelands Ambacht
Kijfhoek
Groote Lindt
Kleine Lindt
Heerjansdam
Historische Vereniging
Lidmaatschap
Interesseavonden
Periodiek
Schenkingen
Uitgaven (boeken) (zelfde als bij Museum) Fotoarchief
Collectie Van Dam
Overige
| |
Raadhuis
Toen in 1930 was besloten tot het bouwen van een nieuw gemeentehuis en het
bestaande raadhuis aan het Veerplein was verkocht, werd vanaf 1 maart 1931
tijdelijk onderdak gevonden in Villa Catharina op de hoek van de Rotterdamseweg
en de Burg. de Bruïnelaan. Ook het politiebureau alsmede het post- en
telegraafkantoor vond daar tijdelijk huisvesting.
Omdat er in de villa geen ruimte was om de raadsvergaderingen te houden, vonden
deze plaats in Hotel “Het Witte Paard” aan het Veerplein 57. De Villa werd
gehuurd tot 2 april 1934.
Het nieuwe raadhuis werd ontworpen door het architectenbureau Granpré Molière,
Verhagen en Kok te Rotterdam. In een beknopte omschrijving schrijft het
architectenbureau over het ontwerp:
Het gebouw wendt zich naar de ruimte, die het noordwestwaarts lopende plantsoen
uit het uitbreidingsplan met de Burgemeester de Bruïnelaan verbindt. Om een
eigen sfeer te krijgen is het hoofdgebouw door een lage voorbouw (politie) nog
van de Burgemeester de Bruïnelaan gescheiden. De smalle kop aan de Burgemeester
de Bruïnelaan is als postkantoor bestemd. Aan de nieuwe pleinruimte liggen
achter het postkantoor allereerst de secretarie met eigen ingangen voor
personeel en voorts het meer representatieve deel dat dus de afsluiting naar en
van het genoemde plantsoen vormt en ook iets hoger is dan de lange vleugel met
secretarie en postkantoor. Aan de westelijke kop is de singelaanleg tot nabij
het gebouw doorgetrokken, zodat dit zeer bepaald deze aanleg afsluit.
In het westelijkste bouwelement bevinden zich de kamers van de burgemeester, de
secretaris en de wethouders, tegelijk kleine trouwkamer, voort wachtruimte,
trap, portier enz.. Deze vertrekken worden vanuit de centrale hal bereikt waar
ook de publieke ruimte voor de secretarie in uitmondt, echter toch geheel
afzonderlijk van het overige deel der hal dat enige treden hoger ligt. Onder
deze afdeling is de centrale verwarming en het archief ontworpen. Boven bevinden
zich in het representatieve deel de raadzaal met publieke ruimte en de kamer van
Burgemeester en Wethouders (tegelijk grote trouwkamer of feestzaal) waarmede een
leeskamer is verbonden. De overige indeling volgt het systeem der constructie en
bevat de ruimte voor de ontvanger en de bedrijven en voor de architect met zijn
teken- en monsterkamer. Boven het postkantoor bevindt zich enige reserveruimte.
Deze ruimte is te gebruiken als conciërgewoning of als vergaderruimte
beschikbaar te stellen. Voor beide gevallen geeft de trap een geheel vrije
toegang zodat dit deel afzonderlijk van het raadhuis kan blijven.
Wel moet deze trap altijd tegelijk als noodtrap voor het raadhuis dienst kunnen
doen. De kap wordt niet steil en de ondiepe bouw geeft een kleine zolderruimte.
Elk element, elk vertrek of elke gang heeft volop en direct licht en lucht. Alle
werklokaliteiten liggen nagenoeg op het zuiden en hebben dus zonlicht.
De bouw van het raadhuis wordt in december 1931 gegund aan de heer N. van
Deursen uit Gorinchem voor het bedrag van Hfl. 132.441,-. Op 30 april 1930 legt
burgemeester Jansen Manenschijn de eerste steen. Begin 1933 start de verhuizing,
eerst het postkantoor, dan het politiebureau en maatschappelijk hulpbetoon. Als
laatste het archief. Op 24 maart 1933 wordt het nieuwe gemeentehuis officieel in
gebruik genomen. Met het oog op de minder gunstig economische omstandigheden
bleef feestvertoon achterwege en werd alleen aan het gebouw een feestelijk
karakter gegeven.
Onder de genodigden bevonden zich onder anderen de Commissaris der Koningin, Jhr.
Mr. Dr. H.A. Karnebeek, diverse burgemeesters, drie dames Pompe van Meerdervoort,
de kunstschilder Willy Sluiter.
Door bemiddeling van de directie van het Astoria-theater aan de Voorstraat in
Dordrecht werd een film van de opening gemaakt, die in plaats van de bedoelde
100 a 130 meter maar liefst 223 meter lang werd (waarvoor één gulden per meter
werd betaald). Vermoedelijk is van de opening ook een filmpje in het
Polygoon-bioscoopjournaal vertoond.
Aan de buitenkant van een gebouw van het in de arm genomen architectenbureau, en
met name de ontwerpen van Granpré Molière, is te zien wat voor functie het heeft.
Dat geldt ook voor dit gemeentehuis: het oogt degelijk en betrouwbaar, duidelijk
een overheidsgebouw. Waar de burgemeester werkt, zie je goed door de uitbouw bij
zijn kamer. De raadzaal is makkelijk te vinden.
Ook is er gebruik gemaakt van symboliek. Zo zijn de deuren van de raadzaal
groter dan die van de collegekamer, ernaast (indertijd). De vloer van de gang
naar de collegeleden ligt twee treden hoger dan de vloer van de werkvertrekken.
Het gemeentehuis is opgetrokken uit warme donkerbruine bakstenen, gecombineerd
met travertiner en tufsteen.
Voor de inrichting ontwierp de architect meubelen die pasten bij het gebouw. (Daarvan
zijn er hedentendage nog maar bedroevend weinig over: enkele tafels in de gang
en mogelijk een zestal stoelen uit de raadzaal.) De verlichtingsornamenten
werden geleverd door de firma Gispen.
Dat het nieuwe gemeentehuis waarlijk een huis der gemeente was, bleek uit de
geschenken:
In de raadzaal:
• Een met de hand geweven wandkleed door wijlen J.A. Stoop van Zwijndrecht
• De tafel met zetels voor B&W door Jhr. Mr. E.F.M.J. Michiels van Verduijnen te
’s Gravenhage
• Een handgeknoopt tapijt door het Comité uit de Burgerij
• Drie elektrische lampen door de N.V. Mij. Tot Expl. Der Vereenigde
Oliefabrieken
• Twee glas-in-loodramen door N.V. Zoutziederij v/h J. de Bondt te Zwijndrecht
• De elektrische klok door C.P. Schepers
• Een wandbord van delfts blauw door Het Groene Kruis, afd. Zwijndrecht
• Twee glas-in-loodramen door burgemeester Jansen Manenschijn, wethouders
Horsman en Reijers en gemeentesecretaris van der Veen
• Twee glas-in-loodramen door de gemeenteraad
• Twee glas-in-loodramen door het administratief-, technisch-, onderwijzend- en
politiepersoneel der gemeente
• Twee glas-in-loodramen op de publieke tribune door G.J. Dozy te Scheveningen
In het trappenhuis:
• Glas-in-loodramen door N.V. Vereenigde Chemische Fabrieken te Zwijndrecht
In de burgemeesterskamer:
• Een elektrische lamp en een wandklok door N.V. Oliefabriek “Schiedam” te
Zwijndrecht
En verder:
• Een houtsnede van D. Nijland “Gezicht op de Oude Maas” door enige nakomelingen
van wijlen A.J. Pompe van Meerdervoort
• Het kroningsschilderij van H.M. de Koningin door Ds. Rolloos en echtgenote
• Een aquarel van A. Middelhoek “Oud Zwijndrecht” door A. Middelhoek
• Schilderstuk van A. Middelhoek te Lonneker “het begin van de geordende
samenleving” door de maker
• Een “stilleven” van M.L. Middelhoek te Brielle door de maker
• Een olieverfschilderij van Willy Sluiter te ’s Gravenhage “Gezicht op de Maas”
door Willy Sluiter
• De elektrische klok tegen de voorgevel van het raadhuis en de zilveren
ambtsketen voor de burgemeester, uit het Comité uit de Burgerij
• De voorzittershamer van coromandelhout met zilverbeslag door Mr. J. Salomonson
te Dordrecht
• De presentielijst voor vergaderingen van de gemeenteraad, in leder gebonden,
door N.V. N. Samsom te Alphen a/d Rijn
• Een gebeeldhouwde kaartenbak van S. Middelhoek te Brielle door de maker
• Gebeeldhouwde houten tafelen met symbolische voorstelling door de Vereniging
voor Chr. Volksonderwijs en voor Chr. Onderwijs en Opvoeding te Zwijndrecht
• Een gedenkboek met luxe lederen band door J. Struijk
• Drie grote vazen uit hardgebakken tegelmateriaal door de Chamotte Unie te
Geldermalsen.
Door de heer G. Los Gzn. werden tien goudenregenbomen en tien prunus
pisandiebomen geschonken om te planten nabij het nieuwe raadhuis.
Na de opening wordt de volgende dag het gemeentehuis opengesteld ter
bezichtiging, kosteloos voor hen die iets hadden geschonken, 25 cent voor de
overige ingezetenen, waarvan de opbrengst ging naar het crisiscomité. Er waren
bijna vierhonderd bezoekers.
In 1949 vertrekt de bode-conciërge uit de dienstwoning in het gemeentehuis,
waardoor deze vrijkomt voor extra ruimte voor politie en secretarie.
Halverwege de jaren zestig vertrok het postkantoor uit het gemeentehuis, en
verhuisde naar een groter, eigen gebouw aan de Koninginneweg.
In 1969 was het raadhuis uitgebreid met een Burgerzaal (waarbij tevens een
prachtige binnentuin werd gerealiseerd), en tevens was een nieuw politiebureau
gebouwd. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dit politiebureau te
combineren met een brandweerkazerne, wordt later toch besloten een aparte
kazerne te bouwen. Deze verrijst op het terrein dat omsloten wordt door de
Westelijke Parallelweg, Koninginneweg, Antoni van Leeuwenhoekstraat en da
Costastraat.
Bij de uitbreiding met het nieuwe gedeelte sprong vooral de Burgerzaal in het
oog. Deze zaal, waarin tweehonderd mensen konden, had een geknikte glaswand aan
de buitenzijde en was binnen samengesteld uit vele natuurproducten uit landen
over heel de wereld. De glaswand kwam uit België, voor het eveneens geknikte
plafond, dat met die glaswand zorgde voor “ruimtelijke bewogenheid en
akoestische kwaliteit”, moesten enkele cederbomen in West-Canada worden gehakt.
In het wandkleed is katoen en touw uit verschillende landen verwerkt. De
vloertegels waren afkomstig uit Oost-Frankrijk, de wandbetimmering van wegné uit
Equatoriaal Afrika, en de donkergrijze wand bestond uit Italiaanse steentjes.
Het vloerkleed voor in de zaal was gemaakt van de vachten van marokkaanse
schapen.
Tijdens het bezoek van koningin Juliana in 1970 merkte zij op dat de publieke
tribune in de raadzaal “meer open” moest zijn, conform haar idee dat de burger
meer zicht moest hebben op het handelen door de overheid. De tribune werd dus
aangepast.
In 1985 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van een nieuwe vleugel aan de
Burgemeester de Bruïnelaan, waarvoor zes huizen waren gesloopt. Dit gedeelte
detoneerde heftig met het bouwwerk uit 1933. De hoofdingang werd verplaatst van
het Raadhuisplein naar de Bruïnelaan.
Inmiddels zijn er plannen deze vleugel te slopen, het originele gedelete te
restaureren en een nieuw gedeelte in stijl bij te bouwen.
|