|
Actueel
adresgegevens
mededelingenkrant
persberichten
Het Museum
Het pand
Balieruimte
Exposities
Gelagkamer
Stijlkamer
Bovenzaal
Uitgaven (boeken)
Vrijwilligers
Vrienden van
Winkel
Archeologie
Werkgroep
Opgravingen
De Vergulde Swaen
Herv. kerk Heerjansdam
Pietermankerk
Slagveld
Veerplein
Genealogie Geschiedenis Zwijndrecht
Algemeen
Geschreven geschiedenis bedijking
Wapen en vlag
naam
Bedrijvigheden
Glasfabricage
Guanofabriek
Howard & Co
Jurgens & v/d Berg
Scheepswerf Kooiman
tuinderijen
Veiling
zoutbereiding
Zoutketen
Bijzondere perioden
bezettingsjaren
St. Elisabethsvloed
Doleantie
Bezettingsjaren
Watersnood 1953
Kanaal om Zwijndrecht
Dijkverhoging
Aanleg tunnel
Zwijndrechtse Nieuwlichters
Burgemeesters
Heerlijkheid Meerdervoort
Kasteel Develstein
Klooster Eemstein
Kunst
Anton Verhoeven
Willy Sluiter
Clement Bezemer
Lucien den Arend
Beeldenpark
Beeldenroute
Monumenten
Kijfhoekkerk
Oude kerk
Lindtse kerk
Pietermankerk
Raadhuis
Rotterdamseweg 38
Watertoren
Verdwenen monumenten
Boerderij Kerkstraat
Huis Nederhoven
Huis Walburg
Molens
Raadhuis Veerplein
Stadsgalg
Veerhuis
Verkeer en vervoer
Rijksweg
Spoor
Spoorbrug
RTM
Veer
Voormalige gemeenten
Meerdervoort
Heer Oudelands Ambacht
Kijfhoek
Groote Lindt
Kleine Lindt
Heerjansdam
Historische Vereniging
Lidmaatschap
Interesseavonden
Periodiek
Schenkingen
Uitgaven (boeken) (zelfde als bij Museum) Fotoarchief
Collectie Van Dam
Overige
| |
Kijfhoek
Opheffing : 1857 Groote Lindt (1881 Zwijndrecht)
Toevoegingen : -
I : 24 december 1817
"Van zilver beladen met 2 gebetresceerde en contragebetresceerde fasces van sabel."

Oorsprong/verklaring :
De bedijking van de Zwijndrechtse waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heeroudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd.
Het is waarschijnlijk afgeleid van het wapen van Arkel. De familie van Kijfhoek stamde af van de Van Arkels. De eerste heer van Kijfhoek, Floris van Cuyl, was een afstammeling van de Van Arkels. Hij verkreeg de heerlijkheid in 1256.
Hoewel de Van Kijfhoeks de heerlijkheid maar gedeeltelijk hebben bezeten en in de 15e eeuw opgevolgd werden door andere geslachten is het wapen blijven bestaan als heerlijkheidswapen. Het wordt in de 18e eeuw als zodanig ook vermeld. Het wapen wordt ook genoemd in het manuscript Beelaerts van Blokland.
Op enkele terpen in Kijfhoek schijnt overigens al vóór de herbedijking een woonkern te hebben bestaan, daterende uit de tijd van Karel de Groote. In het begin van de 11e eeuw geeft een monnik, Baldericus genaamd, een kenschets met de woorden: "daar lag een plaats, door de inwoners Merweda genoemd, die vanwege de bossen en moerassen onbewoond was, en gelegen waar de Maas en de Waal ineen lopen. Niemand woonde daar dan alleen jagers en vissers".
Het dorp is door de tijden heen altijd klein gebleven. In 1515 telde het zes huizen en een klooster; omstreeks 1850 waren er tien woningen en boerderijen met totaal 85 inwoners.
De betekenis die het dorp had, was vooral te danken aan genoemd klooster, dat bijna anderhalve eeuw als streekcentrum fungeerde. Dit klooster beschikte bovendien in de loop van zijn bestaan door aankopen en schenkingen over meer dan de helft van Kijfhoeks grond.
Waarschijnlijk is de naam ontleend aan de
bedijkers van dit ambacht, Daniël en Arnold van Kijfhoek. Anderen menen dat de
bedijkers die naam hebben aangenomen, omdat het gebied al zo heette, omdat de
bochtige loop van de Devel bij de vroegere vaart op de rivier nogal eens gekijf
of twist onder de schepelingen teweegbracht.
Voor de bedijking in 1331 was het gebied in bezit van de heren van Cuyl, genoemd
naar hun slot of huis bij Vianen. In 1256 wordt als heer van Kijfhoek vermeld
Floris van Cuil. Zijn achterkleinzoon Herbrecht en diens zoon Floris komen als
dijkgraven van de Zwijndrechtse Waard voor. Het is waarschijnlijk dat dit
geslacht deel heeft genomen aan de bedijking.
Kijfhoek was vooral bekend om het vermaarde klooster Eemstein, dat aan de Devel
op kleine afstand van het dorp stond. Het was in 1382 aan de rivier de Eem in de
Groote Waard gesticht door Reinoud van Minnebode, een rijk en bekend burger van
Dordrecht. Hij betaalde geheel de reiskosten van meester Gerard van Bronkhorst,
kanunnik te Utrecht, die door het generaal-kapittel van de reguliere monniken te
Windesheim (bij Zwolle) naar Rome was gezonden.
Toen dit klooster door de St. Elisabethsvloed in 1421 was weggespoeld, werd er
een ander onder dezelfde naam bij Kijfhoek gebouwd.
In 1572 werd het klooster door de watergeuzen verwoest. Meer bijzonderheden over
dit klooster zijn te vinden in het betreffende hoofdstuk daarover.
Het dorp is door de tijden heen altijd klein gebleven. In 1515 telde het zes
huizen en een klooster; omstreeks 1850 waren er tien woningen en boerderijen met
totaal 85 inwoners.
De betekenis die het dorp had, was vooral te danken aan genoemd klooster, dat
bijna anderhalve eeuw als streekcentrum fungeerde. Dit klooster beschikte
bovendien in de loop van zijn bestaan door aankopen en schenkingen over meer dan
de helft van Kijfhoeks grond.
|