Stijlkamer of Pronkkamer
Tegenover de Expositiezaal ligt de Stijlkamer. Deze kamer, de "huiskamer" van het museum, poogt weer te geven hoe een tuindersfamilie leefde in de eerste helft van de twintigste eeuw. In een min of meer vaste expositie van voorwerpen uit de periode 1900 - 1950 wordt de sfeer van "vroeger" neergezet.
onder de grond
Bij het ontwikkelen van deze stijlkamer, die
overigens niet één bepaalde stijl vertegenwoordigt, is letterlijk
vanaf de grond begonnen. Voordat de huidige vloer er in werd gelegd, is er gegraven
om iets van de geschiedenis van het pand te achterhalen. zie
ook Archeologie/ Opgravingen/ Vergulde Swaen
In de hoek waar nu het kastje
staat is een kuil gegraven van zo´n twee en een halve meter diep. Een
kleine halve meter onder de vloer lag een complete plavuizenvloer, waarvan enkele
tegels te zien zijn voor de haard en in de vitrine. De plavuizen waren te kwetsbaar
om de vloer in zijn geheel te bewaren. Op zo´n twee meter diepte kwam
een klinkerstraatje tevoorschijn, welke gedateerd is op ongeveer drie eeuwen
terug. Dit geeft aan dat er rond 1700 een klein straatje is geweest of een bebouwing
waarvan de vloer met klinkertjes was belegd. Omdat er ook twee houten palen
werden gevonden, is de aanwezigheid van een stal een optie. Boven op die vloer
was echter weer een gemetseld gewelf te zien, wat kan duiden op een oude kelder.

De resultaten van deze opgraving, welke overigens bemoeilijkt werd doordat elke dag de put vol met water stond wat steeds weggepompt diende te worden, zijn deels te bewonderen in een vitrinekast. Pronkstuk daarbij is wel het stukje gebrandschilderd glas. Tevens werd, naast scherven uit de Middeleeuwen, een koeietand gevonden. Dit feit heeft niets te maken met de tandarts die later in dit pand en in deze kamer praktijk hield.
boven de grond
De kleuren in deze kamer zijn de kleuren zoals ze hoogstwaarschijnlijk honderdvijftig
jaar geleden ook op de panelen zaten. In de Museumzaal bleken de oorspronkelijke
schuifluiken nog, hoewel weggetimmerd, aanwezig te zijn. Deze luiken
zijn nog slechts in enkele Zwijndrechtse panden te vinden en getuigden van een
zekere welstand van de bewoners. Dankzij de verf die nog op de luiken aanwezig
was, konden lambrisering, deuren en schouw weer in oorspronkelijke luister worden
hersteld. De luiken in de Stijlkamer, die helaas verdwenen waren, zijn vakkundig
nagemaakt.
De kasten zijn altijd bedoeld als kast en dienovereenkomstig gebruikt.
Bedsteden zijn in deze kamer nooit geweest.

vitrines
De kasten aan weerszijden van de schouw tonen gebruiksvoorwerpen uit de
eerste helft van de twintigste eeuw. Vanaf het raam gezien bevat de eerst kast
- van boven naar beneden - onder meer oude bewaarbussen, lectuur, en voorwerpen
uit de bezettingsjaren.
De tweede kast bevat Zwijndrechtse voorwerpen: echte
Zwijndrechtse relikwieën, zoals doosjes, verpakkingen en boekjes van het
Zwijndrechtse bedrijfsleven. (Overigens zijn we nog op zoek naar de betekenis
en het gebruik van het potje "Schulpjeszalf".)
De derde kast toont
op de bovenste plank wat scheergerei, daaronder onder meer een koffiemolen,
een lege fles levertraan, daaronder schoonmaakspullen, en een krultang met krulspelden
in een doosje, een plank met een oosters theeservies meegebracht door een predikant,
en tenslotte onderin schoenen.
De laatste kast bevat naast serviesgoed en
een theeservies ook kinderspeelgoed.
De linnenkast is gevuld met textiel
en linnengoed, waaronder een gehaakte zwarte vrouwenmuts.
Boven de
schouw hangt een olieverfschilderij van Clement Bezemer, voorstellende Langs
de Devel met zicht op de Groote Lindtkerk.

De
Vergulde Swaen